Wie bouwt, weet het al: nog voordat de eerste steen ligt, ben je een flinke som kwijt. In minder dan tien jaar tijd steeg de prijs van een nieuwbouwkavel met 112 procent. Vorig jaar waren kavels gemiddeld 13,7 procent duurder dan het jaar ervoor.
En het houdt aan. Gemeenten verhogen de grondprijzen voor woningbouw in 2026 opnieuw, gemiddeld met zo’n 4,2 procent. Voor bedrijventerreinen is dat 3,4 procent. Gematigd, maar de onderliggende marktwaarde rechtvaardigt eigenlijk een stijging van ruim 13 procent. Gemeenten remmen bewust af. Dat helpt op korte termijn, maar lost niets op.
De kern van het probleem: structurele schaarste aan bouwgrond, uitgeputte gemeentelijke voorraden en vertraagde nieuwbouwplannen die kavels nog schaarser maken.
Voor jou als bouwondernemer betekent dat: hogere grondkosten bovenop al gestegen materiaal- en arbeidskosten. Projecten blijven vaker op de plank liggen of worden afgeslankt. Nieuwbouwwoningen worden kleiner. Al in 2023 gemiddeld 15 tot 20 vierkante meter kleiner dan voorheen. Minder huis voor meer geld, en de koper merkt het.
De vraag is dus niet óf dit jouw marges raakt, maar hoeveel. Heb je je grondpositie scherp in je businesscase? Weet je wat de doorlooptijd van jouw projecten doet met de uiteindelijke rendementen als grondprijzen blijven stijgen?