De Nederlandse industrie is het nieuwe jaar voorzichtig begonnen. Uit recente cijfers blijkt dat de groei begin 2026 vrijwel tot stilstand is gekomen. De zogeheten inkoopmanagersindex (PMI) daalde in januari naar 50,1, tegen 51,1 een maand eerder. Daarmee blijft de sector net boven de grens tussen groei en krimp, maar van echte dynamiek is nauwelijks sprake.
Opvallend is dat het aantal nieuwe orders voor het eerst in acht maanden licht is gedaald. Die terugval komt vooral door zwakkere binnenlandse vraag. De export liet juist een bescheiden herstel zien.
Ondanks de terughoudende orderinstroom namen bedrijven opnieuw personeel aan, zij het mondjesmaat. De productie steeg licht doordat eerder binnengehaalde orders werden afgerond, wat tegelijk leidde tot een verdere afbouw van onderhanden werk, een trend die inmiddels al drie jaar aanhoudt.
Bedrijven temperden hun inkoopvolume en werkten doelgericht aan voorraadoptimalisatie. Zowel halffabricaten als eindproducten namen verder af. Tegelijkertijd liepen de kosten op door hogere prijzen voor grondstoffen, arbeid en transport, die deels werden doorberekend aan klanten.
Volgens een sectoreconoom blijft de kwetsbaarheid van de vraag een belangrijk aandachtspunt. Ook voor de komende maanden is het optimisme onder producenten afgenomen. De industrie kijkt vooruit, maar doet dat zichtbaar met de handrem erop.
Wil je sparren over wat deze ontwikkelingen betekenen voor jouw marges, kostprijs of investeringsplannen? Neem dan gerust contact met ons op.