Openstelling Subsidieregeling extensivering melkveehouderij op 1 juni

De Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) wordt van 1 juni tot en met 29 juli 2026 opengesteld. Het doel van de Sem is het structureel verminderen van ammoniak- en broeikasgasemissies in de melkveehouderij. De Sem is gericht op het tijdelijk houden van minder melkkoeien op het niveau van het individuele melkveebedrijf. De Sem leidt daarnaast tot een blijvende afname van het aantal fosfaatrechten op nationaal niveau en daardoor tot een permanente vermindering van het aantal melk- en kalfkoeien in Nederland. Een belangrijk neveneffect is dat de mestproductie afneemt, waardoor naar verwachting de druk op de mestmarkt zal afnemen. Ook kan de Sem de omschakeling naar een extensievere bedrijfsvoering stimuleren. Verder moet de Sem bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw en aan de kabinetsdoelen op het gebied van stikstof en klimaat.

Budget en rangschikking aanvragen
Er is een budget beschikbaar van € 627 miljoen. De aanvragen zullen op volgorde van binnenkomst worden beoordeeld.

Hoofdlijnen
Melkveehouders kunnen deelnemen aan de Sem als zij in 2025 bedrijfsmatig melkkoeien hebben gehouden. Deelnemende melkveehouders moeten tussen de 10 en 20 procent minder melkkoeien gaan houden ten opzichte van het gemiddeld aantal melkkoeien dat in 2025 op het bedrijf werd gehouden. Daarnaast mag het areaal grasland gedurende de looptijd van de subsidie niet afnemen en mag het aantal overige graasdieren (zoals jongvee, schapen, geiten, paarden, etc.) dat op het bedrijf aanwezig is, niet toenemen. Deze verplichtingen gelden voor drie jaar vanaf het moment dat deelnemers melding hebben gedaan van het (permanent) laten vervallen van het deel van het fosfaatrecht dat overeenkomt met het aantal verminderde melkkoeien.

Effect regeling
De verwachting is dat met het beschikbare budget het aantal melkkoeien met maximaal 64.000 kan afnemen. Dit betreft ongeveer 4% van het aantal melkkoeien in Nederland. Dit leidt tot een verwachte afname van de ammoniakemissie met 0,5 kiloton en van de broeikasgasemissie met 0,3 megaton CO2-equivalenten. Daarnaast neemt de fosfaatproductie naar verwachting met maximaal drie miljoen kilogram af. Deze afnames worden op korte termijn behaald, aangezien deelnemende melkveehouders binnen vier weken na ontvangst van de subsidieverlening het fosfaatrecht door moeten laten halen (de dieren zijn dan ook niet meer op het bedrijf).

Na afloop van de driejarige extensiveringsperiode kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen terug te gaan naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien, maar alleen met nieuw aangekochte of geleasede fosfaatrechten.

Gevolgen voor natuurvergunning
Bij een extensivering met minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal melk- en kalfkoeien wijzigt de bedrijfsvoering niet structureel, ervan uitgaande dat de opzet van het bedrijf gelijk blijft (dezelfde stalomvang, gelijke melkstalcapaciteit, etc.). Op basis van de huidige regelgeving en jurisprudentie is er in dat geval geen sprake van wijziging van een project en blijft de deelnemer binnen de bestaande natuurtoestemming opereren.

Generieke korting
Gelet op de bepalingen in de Meststoffenwet is het juridisch gezien niet mogelijk om deelnemende bedrijven uit te zonderen van een generieke korting op de fosfaatrechten), anders dan grondgebonden bedrijven die hiervan al zijn uitgezonderd.

Hoogte subsidie
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. De eerste component bestaat uit een bijdrage van € 1.606 per verminderde melkkoe voor het inkomensverlies als gevolg van het verminderen van de melkopbrengsten door het houden van minder melkkoeien.

De tweede component bestaat uit een bijdrage voor de gemiste inkomsten door het niet kunnen verkopen van het doorgehaalde fosfaatrecht. Dit fosfaatrecht kan niet worden verkocht, omdat het moet worden doorgehaald en komt te vervallen. De vergoeding voor het fosfaatrecht is vastgesteld op € 110 (gemiddelde verkoopprijs 2023-2025). De hoeveelheid fosfaatrecht die moet worden doorgehaald, is afhankelijk van de gemiddelde melkproductie per koe op het melkveebedrijf in 2025. De totale vergoeding voor de doorgehaalde fosfaatrechten wordt in drie gelijke jaarlijkse bedragen betaald.

Opmerking redactie
Het is belangrijk te bedenken dat er relatief meer fosfaatrechten benodigd zullen zijn voor de resterende melkveestapel. Bij de inkrimping zullen immers de minder productieve melkkoeien afgevoerd worden, waardoor de gemiddelde melkproductie per koe zal toenemen. Dit zal gecompenseerd moeten worden door de aankoop of lease van fosfaatrechten.