Per 1 januari 2026 verandert er wat op het gebied van de btw-wetgeving rond onroerende zaken. Een belangrijke wijziging is de introductie van een herzieningsregeling voor btw op diensten aan onroerende zaken. Deze nieuwe regeling heeft flinke gevolgen voor btw-ondernemers die vastgoed bezitten, huren of investeren in onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. De regeling geldt alleen voor diensten die structureel en langdurig voordeel opleveren voor het vastgoed, oftewel diensten die de kwaliteit, bruikbaarheid of waarde van het pand voor meerdere jaren beïnvloeden.
Waarom deze wijziging?
Tot nu toe geldt een btw-herzieningsregeling vooral voor investeringsgoederen, zoals bij de aankoop of ontwikkeling van onroerend goed zelf. Diensten zoals onderhoud, renovatie of verbouwing vielen hier doorgaans niet onder. Dit leidde, onder andere bij zogenaamde short-stay structuren, tot adviesopzetjes die door de wetgever als onwenselijk werden gezien. Eerder afgetrokken btw op diensten kon definitief blijven, terwijl het gebruik van het pand veranderde. De nieuwe regeling sluit deze leemte.
Wat houdt de nieuwe herzieningsregeling in?
Vanaf 1 januari 2026 geldt derhalve een herzieningsregeling voor diensten aan onroerende zaken, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De btw-dienst betreft kosten voor zaken als renovatie, onderhoud, herstel, vervanging of sloop van vastgoed. Ook materiaal en machines die onderdeel uitmaken van een dienst vallen hieronder;
- De vergoeding voor deze dienst bedraagt minimaal € 30.000 exclusief btw en geldt per afzonderlijke dienst;
- De dienst wordt op of na 1 januari 2026 in gebruik genomen.
Voorbeelden zijn onder meer: renovatie en herstelwerkzaamheden, groot onderhoud, schilderwerken, plaatsing van keukens of badkamers, isolatiewerkzaamheden, asbestsanering, sloopwerkzaamheden in het kader van renovatie en aanverwante diensten kunnen hieronder vallen.
Hoe werkt de herziening in de praktijk?
Wanneer een dienst onder de nieuwe regeling valt, dan wordt deze in het jaar van ingebruikname en de daaropvolgende vier jaren gevolgd. Dit is de herzieningsperiode. Gedurende deze periode moet je als ondernemer nauwkeurig bijhouden of de bestemming of het gebruik van het vastgoed verandert. Als het gebruik verandert, bijvoorbeeld van btw-belaste verhuur naar btw-vrijgestelde verhuur, moet de eerder afgetrokken btw pro rata worden aangepast. Dit kan betekenen dat je btw moet terugbetalen of dat je juist extra btw mag terugvorderen.
Belangrijk is dat de herzieningsperiode administratief goed wordt bijgehouden per afzonderlijke dienst en per gebouw. Dit vraagt om een zorgvuldige planning en een heldere vastlegging in de boekhouding.
Vooruitkijken loont, voorkom verrassingen in 2026
De vernieuwde btw-herzieningsregeling voor vastgoeddiensten kan grote financiële en administratieve gevolgen hebben. Wat vandaag een logische btw-aftrek lijkt, kan morgen leiden tot een forse herziening. Juist daarom is het nú het moment om investeringen, verbouwingen en onderhoudsplannen kritisch tegen het licht te houden. Met een goede voorbereiding, heldere administratie en tijdig advies voorkom je onaangename verrassingen en benut je de ruimte die de regels wél bieden. Wij denken graag met je mee, zodat je vanaf 1 januari 2026 grip houdt op je btw-positie.
Wil je duidelijkheid over wat deze wijziging betekent voor jouw organisatie? Neem gerust contact op voor een persoonlijke analyse en praktische ondersteuning bij de implementatie van deze nieuwe btw-regels.