Speelt er bij jou als agrarisch ondernemer in de nabije toekomst een mogelijke bedrijfsopvolging? Dan speelt er een lastig dilemma: hoe blijft het bedrijf financieel voortbestaan, zonder de belangen van ouders en niet-opvolgende kinderen uit het oog te verliezen? Dit is vaker een tegengesteld belang waarbij het heel belangrijk is dat je zaken goed laat regelen en vastleggen.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 2 juni 2026 dat overname van een agrarisch familiebedrijf tegen een lagere waarde dan de waarde in het economisch verkeer onder omstandigheden gerechtvaardigd kan zijn.
Waar ging de zaak over?
Een moeder had haar agrarische bedrijf ingebracht in een vof met haar twee zoons. In de vof-overeenkomst was geregeld dat de zoons het bedrijf na haar overlijden konden voortzetten. De waarde van moeders aandeel zou worden bepaald op een niveau waarbij financiering mogelijk bleef en het bedrijf lonend kon worden voortgezet.
Een onterfde dochter stelde dat haar broers hierdoor werden bevoordeeld. Volgens haar was sprake van een gift of quasi-legaat, omdat de overname plaatsvond tegen een lagere waarde dan de vrije economische waarde.
Oordeel van het hof
Het hof volgde die redenering niet. De lagere waardering had volgens het hof een zakelijke achtergrond: het mogelijk maken van voortzetting van het familiebedrijf. Zonder die waarderingsafspraak zouden de zoons het bedrijf niet kunnen voortzetten.
Daarom was de regeling volgens het hof niet onredelijk en was geen sprake van een gift of quasi-legaat. Wel woog het hof mee dat het bedrijf daadwerkelijk als agrarisch bedrijf werd uitgeoefend en zich mede richtte op natuur- en landschapsbeheer.
Belang voor de praktijk
De uitspraak betekent niet dat een agrarisch bedrijf altijd tegen een lage waarde kan worden overgedragen. Wel bevestigt het hof dat een lagere waarde verdedigbaar kan zijn als goed wordt onderbouwd dat deze nodig is voor de continuïteit van het bedrijf.
Voor een zorgvuldige bedrijfsopvolging is daarom belangrijk om vast te leggen:
- waarom de gekozen overnamesom financieel haalbaar en noodzakelijk is;
- hoe de exploitatie na overname kan worden voortgezet;
- welke gevolgen de afspraken hebben voor ouders en andere kinderen;
- of aanvullende afspraken, zoals compensatie of een meerwaardeclausule, wenselijk zijn.
Conclusie
Bij agrarische bedrijfsopvolging draait het om balans. De overnamesom moet voor de opvolger financierbaar zijn, maar de belangen van ouders en niet-opvolgende kinderen moeten zorgvuldig worden meegewogen. Een goede financiële onderbouwing, bij voorkeur met een prognoseberekening, is daarbij onmisbaar.