Tot mogelijk 1.300 bouwprojecten dreigen stil te vallen doordat een grote kwaliteitsborger is geschorst. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waarschuwt dat op deze projecten daardoor niet langer de wettelijk vereiste kwaliteitsborging aanwezig is. In principe moet het werk dan worden stilgelegd totdat een bevoegde kwaliteitsborger is ingeschakeld of de schorsing wordt opgeheven.
Voor bouwbedrijven maakt de situatie duidelijk dat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) niet alleen extra administratieve verplichtingen met zich meebrengt. Er ontstaat ook een nieuwe afhankelijkheid in het bouwproces.
Wanneer een kwaliteitsborger onverwacht wegvalt, kan een aannemer immers niet zomaar verder bouwen. Dat kan leiden tot vertraging, extra kosten en verschuiving van de opleverdatum. Ondertussen lopen personeelskosten, materieelkosten en mogelijk ook de kosten van ingehuurde onderaannemers gewoon door.
Dat maakt het verstandig om bij nieuwe projecten niet alleen naar de prijs van een kwaliteitsborger te kijken. Ook continuïteit, capaciteit en afspraken over onverwachte uitval verdienen aandacht. Daarnaast is het belangrijk om vooraf helder te hebben wie financieel verantwoordelijk is wanneer een project buiten de schuld van de aannemer vertraging oploopt.
De Wkb is sinds 2024 gefaseerd ingevoerd en inmiddels een vast onderdeel van steeds meer bouwprojecten. Deze recente situatie laat zien dat bouwbedrijven ook hun eigen processen en contractuele afspraken daarop moeten aanpassen.
De belangrijkste les voor bouwondernemers is dan ook misschien dat kwaliteitsborging niet als een administratieve formaliteit, maar als een volwaardig onderdeel van de project- en risicobeheersing.
Wil je inzicht in wat dit soort risico’s betekent voor je marge, liquiditeit en projectresultaat? We denken graag met je mee.