Transporteurs moeten meer rekenen dan ooit. Wie betaalt de rit?

Voor een transportondernemer blijft het rekenen. En herrekenen. En nog eens herrekenen.

Transporteurs moeten meer rekenen dan ooit. Wie betaalt de rit?

Begin met de diesel. Door de oorlog in Iran schoot de adviesprijs in maart binnen een week van 2,09 naar ruim 2,50 euro per liter. Brandstof is gemiddeld 20 tot 25 procent van de kosten van een vervoerder, rekende brancheorganisatie TLN voor. TLN becijferde dat bedrijven daardoor zo'n 300 euro per vrachtwagen per week extra kwijt waren.

Dan de vrachtwagenheffing. Die ging op 1 juli in. Twee maanden later, op 1 september, gingen de tarieven tot het eind van het jaar met 22,3 procent omlaag. Fijn, maar vakblad TTM wees op de keerzijde: twee keer in korte tijd herrekenen, en twee keer opnieuw praten met je klanten. Op 1 januari 2027 volgt waarschijnlijk ronde drie.

Tel daar de lonen bij op. De cao-lonen in vervoer en opslag stegen in het tweede kwartaal met 4,1 procent, meldt het CBS. Onderzoeksbureau Panteia rekende uit dat alle kostenposten samen kunnen optellen tot zo'n 19 procent meer per gereden kilometer, tussen begin 2026 en begin 2027.

TLN is duidelijk: die kosten moeten in de prijs van transport. Maar kan dat ook? Vorig jaar stegen de prijzen voor wegvervoer met maar 1,3 procent, aldus het CBS. En de klant heeft macht. Kijk maar eens naar een bedrijf als Albert Heijn, die het aantal vervoerders terugbracht van negentien naar vier. Wie overblijft, onderhandelt met een sterke partij.

Wat betekent dit voor jou? Heb je een brandstofclausule in je contracten, en werkt die ook bij zulke sprongen? Heb je je klanten al gesproken over de heffing, en over wat er in januari gebeurt? En weet je per klant wat een rit je écht kost?

In het transport is de marge altijd dun geweest. Op dit moment beslist niet je wagenpark, maar je tariefgesprek.

Heb je vragen over dit artikel, neem dan gerust contact met ons op.