Werknemers met een auto van de zaak die deze auto ook privé rijden, hebben te maken met bijtelling voor dit privégebruik. Soms kunnen kosten die worden gemaakt voor de auto van de zaak in mindering worden gebracht op deze bijtelling. Hoe zit dit?
Betaalt een werknemer voor het privégebruik van de auto een bedrag aan de werkgever, dan is dit bedrag aftrekbaar van de bijtelling. Voorwaarde is wel dat dit vooraf is afgesproken. Dat geldt ook als een hogere bijdrage wordt betaald, omdat de werknemer over een duurdere auto kan beschikken. Ook dan moet duidelijk zijn dat de hogere bijdrage wordt betaald voor privégebruik.
Leg dergelijke afspraken altijd schriftelijk vast; dat voorkomt discussie met de inspecteur.
Bij betalingen aan derden is het uitgangspunt dat alleen intermediaire kosten onder voorwaarden in aftrek op de bijtelling kunnen komen. Intermediaire kosten zijn kosten die de werknemer voor zijn werkgever maakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan brandstofkosten, tolkosten, kosten voor een wasstraat, parkeerkosten of reparatiekosten.
Deze intermediaire kosten komen alleen op de bijtelling in mindering onder de volgende voorwaarden:
• De werknemer spreekt vooraf met de werkgever af dat hij de betaling voor of namens de werkgever doet.
• De werknemer specificeert de kosten en de omvang ervan.
• De werkgever merkt deze betaling aan als eigen bijdrage voor het privégebruik van de auto.
• De werkgever vergoedt de kosten niet.
Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om intermediaire kosten belastingvrij te vergoeden. In dat geval is aftrek van de bijtelling niet meer mogelijk.
Heb je vragen over de bijtelling of de eigen bijdrage bij de auto van de zaak? Neem gerust contact met ons op of bespreek het met je fiscalist.