Wie neemt jouw praktijk over?

Zorgondernemers zorgen goed voor anderen. Voor hun eigen toekomst iets minder. Dat blijkt uit onderzoek van één van de grootbanken in Nederland. Ruim de helft van de ondervraagde zorgondernemers is nog niet bezig met bedrijfsopvolging. In andere sectoren is dat ongeveer een derde.

Wie neemt jouw praktijk over?

Opvallend, want de klok tikt. Bijna 6.000 zorgondernemers met personeel zijn inmiddels 65 jaar of ouder, meldt de bank. In 2010 waren dat er nog 2.000. Denk aan de tandarts, de fysiotherapeut, de apotheker en de huisarts om de hoek.

Het goede nieuws: kopers zijn er genoeg. Vooral tandartspraktijken, apotheken en woonzorginitiatieven blijken gewild. Volgens cijfers van de NZa keurde de toezichthouder in 2024 214 fusies en overnames goed in de zorg. De meeste in de mondzorg.

Het lastige nieuws: een koper is nog geen opvolger. Wie jouw praktijk overneemt, moet niet alleen ondernemen maar ook zorg verlenen. En juist daar wringt het. Jonge zorgverleners hebben minder trek in ondernemerschap. Ze willen vaker in deeltijd werken. Dat past slecht bij een solopraktijk. In de huisartsenzorg zie je het al gebeuren. Het aandeel groepspraktijken met meerdere eigenaren steeg van 35 procent in 2020 naar 43 procent in 2024.

Daar komt iets persoonlijks bij. Ruim een derde van de zorgondernemers ziet de opbrengst van de praktijk als een van de belangrijkste aspecten bij overdracht. Bij andere ondernemers is dat een vijfde. Je praktijk is dus vaak ook je pensioen. Hoe later je begint, hoe kleiner de kans dat die som klopt.

Wat betekent dit voor jou? Weet je wat je praktijk waard is? Is er iemand in je team die het zou kunnen en willen? Of past een samenwerking met collega's beter dan één opvolger? En hoe lang heb je nodig om dat goed te regelen?

Opvolging is geen moment. Het is een traject van jaren. Wie op tijd begint, kiest zelf. Wie wacht, wordt gekozen.