Prinsjesdag is voorbij en de plannen voor 2027 liggen op tafel. Voor ondernemers verandert er behoorlijk wat. Ondernemersaftrekken worden verder versoberd, werkgevers krijgen te maken met hogere lasten en een fossiele auto van de zaak wordt duurder. Daar staan ook kansen tegenover, bijvoorbeeld voor ondernemers die investeren in verduurzaming of innovatie.
Maar wat betekenen al deze maatregelen concreet voor jouw onderneming?
We zetten de belangrijkste fiscale veranderingen uit Prinsjesdag 2026 voor je op een rij. Niet alleen wat er verandert, maar vooral waar je als ondernemer rekening mee kunt houden.
Goed om te weten: een deel van de plannen moet nog worden behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. De uiteindelijke wetgeving kan dus nog wijzigen.
1. Minder fiscale voordelen voor ondernemers
Ondernemers die inkomstenbelasting betalen, krijgen de komende jaren te maken met een verdere afbouw van verschillende fiscale voordelen.
Zelfstandigenaftrek verder omlaag
De zelfstandigenaftrek daalt van € 1.200 in 2026 naar € 900 in 2027. Hierdoor wordt een groter deel van de winst belast.
Ook voor starters verandert er veel. De startersaftrek – de verhoging van de zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers – daalt van € 2.123 in 2026 naar slechts € 10 in 2027. Per 1 januari 2028 wordt deze vervolgens helemaal afgeschaft.
Ook een aantal minder vaak gebruikte ondernemersregelingen wordt versoberd:
- de stakingsaftrek daalt van maximaal € 3.630 naar € 908;
- de percentages van de meewerkaftrek worden fors verlaagd;
- de stakingsaftrek en meewerkaftrek verdwijnen bij invoering van de plannen uiteindelijk per 1 januari 2030;
- de willekeurige afschrijving voor starters vervalt per 1 januari 2028.
Daarnaast wordt ook de speciale startersaftrek voor ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering afgebouwd en uiteindelijk afgeschaft.
Wat betekent dit voor jou?
Vooral starters, ondernemers die binnen enkele jaren willen stoppen en ondernemers met een meewerkende partner kunnen de gevolgen merken.
Het maakt ook de discussie over de rechtsvorm opnieuw interessant. Past een eenmanszaak of vof nog steeds bij jouw situatie, of is een bv inmiddels interessanter? Dat is niet alleen afhankelijk van belastingtarieven, maar ook van je winst, privé-opnames, toekomstplannen, aansprakelijkheid en bijvoorbeeld bedrijfsopvolging.
Heb je de afgelopen jaren een flinke groei doorgemaakt? Dan is het verstandig de rekensom opnieuw te maken.
2. Kilometervergoeding omhoog, WKR verandert
Heb je personeel? Dan zijn er verschillende wijzigingen om rekening mee te houden.
De maximale onbelaste vergoeding voor zakelijke kilometers en woon-werkverkeer is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer.
Dat betekent overigens niet automatisch dat iedere werknemer recht heeft op € 0,25. Dat is afhankelijk van bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst, cao en het mobiliteitsbeleid binnen je onderneming.
Werkkostenregeling
Ook binnen de werkkostenregeling (WKR) verandert het nodige.
De vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom stijgt per 1 januari 2027 van 2% naar 2,16%. Bij een fiscale loonsom van € 400.000 betekent dat maximaal € 640 extra vrije ruimte.
Daar staat een versobering tegenover. De aparte vrijstelling voor korting op producten uit het eigen bedrijf verdwijnt. Vanaf 2027 moet zo'n personeelskorting eventueel binnen de vrije ruimte van de WKR worden ondergebracht. Kom je boven die vrije ruimte uit, dan geldt over het meerdere een eindheffing van 80%.
Wat betekent dit voor jou?
Bekijk je reiskostenregeling, personeelshandboek en salarisadministratie. Geef je medewerkers korting op eigen producten? Dan is het verstandig om ook te bekijken wat het verdwijnen van deze vrijstelling voor jouw onderneming betekent.
3. Fossiele auto van de zaak wordt duurder
De keuze voor een zakelijke auto krijgt vanaf 2027 meer fiscale gevolgen.
Stel je als werkgever vanaf 2027 een personenauto met CO₂-uitstoot ter beschikking aan een werknemer die deze ook voor woon-werkverkeer of privé gebruikt? Dan krijg je te maken met een pseudo-eindheffing van 12% van de cataloguswaarde.
Deze belasting komt voor rekening van de werkgever en staat los van de bijtelling die de werknemer betaalt.
Bij een auto met een cataloguswaarde van € 40.000 betekent 12% bijvoorbeeld een heffing van € 4.800 per jaar.
Voor auto’s die al vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt overgangsrecht. Volgens de plannen geldt deze overgangsregeling tot 16 september 2030.
Er komen daarnaast enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld voor kortdurend vervangend vervoer tijdens onderhoud of reparatie.
Youngtimerregeling verandert
Ook de youngtimerregeling wordt aangepast. De leeftijdsgrens gaat in 2027 van 16 naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar.
De eerder geplande verhoging naar 25 jaar in 2027 gaat daarmee niet door.
Wat betekent dit voor jou?
Sta je voor de keuze om auto's te vervangen of nieuwe leasecontracten af te sluiten? Kijk dan naar het totale plaatje: leasekosten, bijtelling, werkgeversheffing, aandrijving, looptijd én het moment waarop de auto ter beschikking wordt gesteld.
Een beslissing over je wagenpark kan hierdoor fiscaal behoorlijk anders uitpakken.
4. Belastingdruk in box 1 neemt toe
Normaal worden belastingschijven en heffingskortingen aangepast aan de inflatie. In 2027 en 2028 gebeurt dat maar gedeeltelijk.
De eerste schijfgrens stijgt in 2027 van € 38.883 naar € 39.247. De tweede schijfgrens blijft staan op € 78.426.
Tegelijkertijd stijgen de tarieven voor belastingplichtigen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt:
- eerste schijf: van 35,75% naar 36,23%;
- tweede schijf: van 37,56% naar 38,16%;
- derde schijf: blijft 49,50%.
Door de combinatie van hogere tarieven en een beperkte inflatiecorrectie neemt de belastingdruk toe.
Wat betekent dit voor jou?
Voor ondernemers en DGA's is het belangrijk om niet alleen naar één belastingtarief te kijken. Salaris, winst, dividend en privé-inkomen kunnen elkaar beïnvloeden.
Een dividenduitkering kan bijvoorbeeld ook gevolgen hebben voor je verzamelinkomen en daarmee voor heffingskortingen.
Bekijk salaris, dividend en winst daarom in samenhang.
5. Nieuw box 3-stelsel opnieuw onzeker
Box 3 blijft in beweging.
Het kabinet heeft de behandeling van de Wet werkelijk rendement box 3 voorlopig uitgesteld. In de Voorjaarsnota 2027 wil het kabinet met een nieuw voorstel komen. Daarmee is ook de geplande invoering per 1 januari 2028 onzeker geworden.
Een belangrijk vraagstuk is of uiteindelijk wordt gekozen voor een vermogensaanwasbelasting of een vermogenswinstbelasting.
Het verschil is aanzienlijk. Bij een vermogensaanwasbelasting kan ook een nog niet gerealiseerde waardestijging jaarlijks worden belast. Bij een vermogenswinstbelasting vindt belastingheffing over de waardestijging in beginsel pas plaats wanneer het vermogensbestanddeel wordt verkocht.
Voor ondernemers en DGA's met beleggingen, verhuurd vastgoed of andere vermogensbestanddelen kan dat een belangrijk verschil maken.
Wat betekent dit voor jou?
Wacht niet met administreren totdat duidelijk is hoe het nieuwe stelsel eruit gaat zien.
Leg jaarlijks je werkelijke rendement vast en bewaar gegevens over bijvoorbeeld rente, dividend, huurinkomsten, kosten en waardeveranderingen.
Dat kan ook van belang zijn voor de huidige tegenbewijsregeling en bij de keuze om vermogen privé of via een bv aan te houden.
6. Investeren in energiebesparing wordt aantrekkelijker
Voor ondernemers met investeringsplannen bevat Prinsjesdag ook positief nieuws.
De energie-investeringsaftrek (EIA) stijgt per 1 januari 2027 van 40% naar 45,5%.
Investeer je in een bedrijfsmiddel dat aan de voorwaarden voldoet, dan kun je daardoor een groter deel van de investering extra aftrekken van de fiscale winst.
Ook meer ruimte voor innovatie
Ook verschillende innovatieregelingen worden verruimd.
Bij de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk stijgt het forfaitaire uurloon van € 29 naar € 33. Deze regeling kan de af te dragen loonheffing verlagen als medewerkers werken aan technisch nieuwe producten, processen of programmatuur.
Ook de innovatiebox wordt aantrekkelijker. Het maximale forfaitaire bedrag stijgt vanaf 2027 van € 25.000 naar € 100.000 per jaar. Het forfait blijft maximaal 25% van de winst.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je investeringsplannen op het gebied van energiebesparing, verduurzaming of innovatie? Kijk dan vóórdat je een verplichting aangaat naar de beschikbare fiscale regelingen.
Voor de EIA is bijvoorbeeld van belang dat het bedrijfsmiddel op de Energielijst staat en dat je de aanvraag binnen de geldende termijn indient.
De timing van een investering kan daardoor financieel verschil maken.
7. Nieuwe stimulans voor start-ups en scale-ups
Voor bepaalde start-ups en scale-ups komt er een nieuwe fiscale regeling om medewerkers via aandelenopties te laten meeprofiteren van de groei van de onderneming.
Onder voorwaarden wordt bij verkoop van de verkregen aandelen slechts 65% van het voordeel belast als loon, na aftrek van de aan de aandelen toe te rekenen uitoefenprijs.
De belastingheffing vindt in principe plaats wanneer de werknemer de aandelen daadwerkelijk verkoopt.
De regeling geldt niet automatisch voor iedere jonge onderneming. De onderneming moet kwalificeren als start-up of scale-up en daarvoor een beschikking van RVO hebben.
De regeling is beoogd per 1 januari 2027, waarbij de definitieve inwerkingtreding bij koninklijk besluit wordt bepaald.
Wat betekent dit voor jou?
Voor groeiende ondernemingen kan werknemersparticipatie interessanter worden als middel om goede medewerkers aan te trekken en te behouden.
Overweeg je aandelenopties voor medewerkers? Laat dan tijdig beoordelen of je onderneming aan de voorwaarden voldoet en hoe je de regeling het beste kunt inrichten.
8. Werkgevers krijgen te maken met een hogere Aof-premie
Werkgevers gaan bijdragen aan de zogenoemde vrijheidsbijdrage, waarmee het kabinet de hogere defensie-uitgaven mede wil financieren.
Dat gebeurt grotendeels via een verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).
Volgens de raming moet dit in 2027 € 1,5 miljard aan extra premieopbrengsten opleveren en vanaf 2028 structureel € 1,7 miljard per jaar.
Hoeveel de hoge en lage Aof-premies precies worden, is nog niet bekend. Die percentages worden later vastgesteld.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je personeel in dienst? Houd bij je begroting voor 2027 alvast rekening met hogere werkgeverslasten.
Zodra de nieuwe Aof-premies bekend zijn, kun je de loonkosten per medewerker nauwkeuriger doorrekenen.
Dat is extra relevant als je van plan bent om in 2027 nieuwe medewerkers aan te nemen of salarissen te verhogen.
9. Overdrachtsbelasting voor beleggingswoningen naar 7%
Koop je een woning waarin je niet zelf duurzaam gaat wonen, bijvoorbeeld een verhuurde woning of vakantiewoning? Dan daalt het tarief voor de overdrachtsbelasting per 1 januari 2027 van 8% naar 7%.
Het tarief van 2% voor een woning waarin je zelf gaat wonen en de startersvrijstelling veranderen niet.
Let op: de verlaging naar 7% geldt niet voor bedrijfspanden.
Bij gemengde panden, transformaties en projectontwikkeling kan de kwalificatie van het vastgoed daarom belangrijk zijn.
Wat betekent dit voor jou?
Ben je van plan een beleggingswoning aan te kopen en kan de levering zowel eind 2026 als begin 2027 plaatsvinden? Dan kan het moment van levering financieel verschil maken.
Kijk daarbij niet alleen naar de overdrachtsbelasting. Ook financiering, rendement, btw en de juridische en fiscale structuur kunnen een rol spelen.
10. Aftrek specifieke zorgkosten verdwijnt in 2028
Tot slot een verandering die niet direct je onderneming raakt, maar privé wel financiële gevolgen kan hebben.
Bepaalde niet-vergoede zorgkosten zijn nu onder voorwaarden aftrekbaar in de inkomstenbelasting. Denk bijvoorbeeld aan specifieke geneesmiddelen, hulpmiddelen, dieetkosten, vervoer en extra gezinshulp.
Het kabinet wil deze aftrek per 1 januari 2028 afschaffen. Ook de daaraan gekoppelde tegemoetkoming specifieke zorgkosten (TSZ) verdwijnt.
Voor mensen met een chronische ziekte wordt gewerkt aan een gerichte compensatieregeling.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je structureel aftrekbare zorgkosten? Breng dan in kaart welk fiscaal voordeel je nu hebt. Daarmee krijg je inzicht in het bedrag dat vanaf 2028 mogelijk wegvalt en kun je straks beoordelen wat een eventuele nieuwe compensatieregeling voor jou betekent.
Prinsjesdag voorbij. En nu?
Tien maatregelen, verschillende ingangsdata en de nodige uitzonderingen. Maar uiteindelijk is voor jou als ondernemer maar één vraag echt interessant:
Wat betekent dit voor mijn bedrijf én voor mij persoonlijk?
Dat antwoord is voor iedere ondernemer anders.
Heb je personeel, dan kunnen de hogere werkgeverslasten en veranderingen in de WKR belangrijk zijn. Heb je een wagenpark, dan vraagt de nieuwe heffing op auto's met CO₂-uitstoot aandacht. Wil je investeren, dan biedt de hogere EIA juist kansen. En onderneem je voor de inkomstenbelasting, dan kan de verdere afbouw van ondernemersfaciliteiten aanleiding zijn om opnieuw naar je rechtsvorm te kijken.
Daar komt bij dat zakelijk en privé bij ondernemers vaak in elkaar grijpen. Denk aan de combinatie van salaris, dividend, winst, vermogen en investeringen.
Daarom is ons advies: kijk niet alleen naar iedere maatregel afzonderlijk, maar naar het totaalplaatje.
Wat kun je nu al doen?
Je hoeft niet te wachten tot 1 januari 2027. Dit is een goed moment om onder andere:
- je personeelsbegroting voor 2027 opnieuw te bekijken;
- geplande investeringen voor 2026 en 2027 naast elkaar te leggen;
- je lease- en wagenparkplanning te beoordelen;
- te kijken of je huidige rechtsvorm nog bij je onderneming past;
- salaris, dividend en privévermogen in samenhang te bekijken;
- je administratie rond box 3 goed op orde te brengen.
Samen vooruitkijken
Bij OOvB kijken we niet alleen naar wat er in Den Haag wordt besloten. Veel belangrijker is wat een nieuwe regel betekent voor jouw onderneming, jouw plannen en jouw financiële situatie.
Soms betekent dat dat je actie moet ondernemen. Soms is wachten verstandiger. En soms blijkt dat een aangekondigde verandering voor jouw onderneming nauwelijks gevolgen heeft.
Wil je weten welke Prinsjesdagmaatregelen voor jou relevant zijn? Neem dan contact op met je adviseur bij OOvB. We kijken graag samen met je vooruit naar 2027.
Dit artikel is gebaseerd op de op Prinsjesdag 2026 gepresenteerde en eerder vastgestelde fiscale maatregelen en voorstellen. Een deel van de voorstellen moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De definitieve wetgeving kan daarom afwijken.